◄▬ Afdoen op stelplicht - 2018 Van der Kraats ▬►
Inhoudsopgave Afdoen op stelplicht
Afdoen op stelplicht 2006 Huydecoper 2012 Asser
2016 De Bock 2018 Van der Kraats 2021 De Haan
2021 De Bock Hof Den Bosch (1) Hof Den Bosch (2)
Varianten Hof Arnhem-Leeuwarden Hof Den Bosch
De nieuwe grief De draaipoort zaak  


2018 – Kim van der Kraats, De stelplicht: geen kraaienpoot maar een sinkhole, Ars Aequi 2018 p.262

"Uit mijn onderzoek blijkt dat in ruim driekwart van de zaken stellingen op de stelplicht worden afgedaan"
Asser heeft de stelplicht ‘een kraaienpoot op de weg van de waarheidsvinding’ genoemd. Die kraaienpoot blijkt in de praktijk een groot ‘sinkhole’.” 
"De hantering van de stelplicht in de praktijk heeft een negatieve invloed op de interne toegankelijkheid van het proces.
"
"Ook heeft (de hantering van) de stelplicht een negatieve invloed op de waarheidsvinding."

4 Waarom is het een probleem?

De hantering van de stelplicht door de rechter vormt een probleem, omdat het de kwaliteit van het civiele proces negatief beïnvloedt.

In het proefschrift is op basis van literatuur 14 de kwaliteit van het burgerlijk proces(recht) gedefinieerd. De kwaliteit van het burgerlijk (proces)recht laat zich afmeten aan de mate waarin het proces toegankelijk, openbaar en eerlijk is en binnen een redelijke termijn partijen van een oordeel voorziet, waarbij partijen gehoord worden en geborgd wordt dat zij gelijke wapenen in handen hebben, onder leiding van een rechter die onafhankelijk, onpartijdig en deskundig is, de feiten zoveel mogelijk op de waarheid baseert en zijn beslissing voorziet van een draagkrachtige motivering.

Van deze kwaliteitscriteria heeft de stelplicht invloed op de interne toegankelijkheid, waarheidsvinding en de berechting binnen een redelijke termijn.

De hantering van de stelplicht in de praktijk heeft een negatieve invloed op de interne toegankelijkheid van het proces. Bij interne toegankelijkheid gaat het over de toegankelijkheid van het procesrecht zelf, nadat een procedure eenmaal aanhangig is gemaakt.15 De procedure moet laagdrempelig en eenvoudig zijn en het procesrecht duidelijk, kenbaar en klantgericht met een beperking van de formaliteiten.16 Ekelmans wijst erop dat hoe hoger de eisen aan het door een procespartij te verrichten onderzoek en aan de kwaliteit van de stellingen en het verweer, hoe gemakkelijker de rechter een stelling als onvoldoende onderbouwd of betwist terzijde kan schuiven en de rechter desgewenst zonder bewijslevering tot een oordeel kan komen.17 Dan kan – en het gebeurt volgens Ekelmans – een onwelwillend lezende rechter een drempel opwerpen voor de verwezenlijking van de materiële rechten. Uit het feit dat circa driekwart van de zaken op stelplicht wordt afgedaan, blijkt dat de lat van de stelplicht zo hoog wordt gelegd dat veel partijen daar wegens onbekendheid of onmogelijkheid niet aan voldoen. De stelplicht kan dan ook in de weg komen te staan van een inhoudelijke beoordeling van de stellingen van partijen. In die zin kan de stelplicht als barrière voor de interne toegankelijkheid worden aangemerkt.

Van advocaten en professionele rechtsbijstandverleners mag worden verwacht dat zij bekend zijn met (de hoge eisen van) de stelplicht, maar dat is anders in het geval een partij in persoon procedeert. De geïnterviewde rechters geven aan dat zij de lat van de stelplicht lager leggen in het geval een partij in persoon procedeert, wat zou kunnen impliceren dat rechters rekening houden met de vraag of de formele eis van de stelplicht kenbaar is voor partijen. Echter, dat rechters in werkelijkheid de formele eis van de stelplicht minder hard stellen voor partijen die in persoon procederen dan voor diegenen met professionele bijstand blijkt niet uit het dossieronderzoek. Uit de dossiers blijkt immers dat er niet of nauwelijks een verschil is in de mate waarin stellingen op de stelplicht worden afgedaan tussen stellingen van een partij die in persoon procedeert en van een partij die zich van rechtsbijstand heeft voorzien.

Ook heeft (de hantering van) de stelplicht een negatieve invloed op de waarheidsvinding. De partijplichten zouden een positieve invloed kunnen hebben op de waarheidsvinding in die zin dat de feiten niet alleen eerder, maar ook volledig aan de rechter worden gepresenteerd. Het omgekeerde kan echter ook; een schending van een procesrechtelijke formaliteit als de partijplichten kan ook betekenen dat aan een inhoudelijke beoordeling van (de juistheid of waarachtigheid van) de feiten niet wordt toegekomen. Gelet op het grote aantal zaken waarin stellingen op de stelplicht worden afgedaan en het (bijgevolg) geringe aantal bewijsopdrachten dat wordt verstrekt, kunnen vraagtekens worden gesteld bij het belang dat in de praktijk van alledag wordt gehecht aan het oordelen op basis van een juiste vaststelling van de feiten. Als immers niet is voldaan aan de stelplicht, wordt de zaak daarop afgedaan en wordt domweg de knoop doorgehakt zonder dat daadwerkelijk een oordeel over de juistheid van de feiten is verkregen of daarnaar onderzoek is gedaan door bijvoorbeeld het verstrekken van een bewijsopdracht. Asser heeft de stelplicht ‘een kraaienpoot op de weg van de waarheidsvinding’ genoemd.18 Die kraaienpoot blijkt in de praktijk een groot ‘sinkhole’.

De barrière van de stelplicht was – net als andere partijplichten, zoals de substantiëringsplicht, waarheidsplicht en bewijsaandraagplicht – ooit bedoeld voor de efficiëntie en ter bevordering van een snelle procedure. Door die plichten zouden partijen immers genoodzaakt worden direct al hun kaarten op tafel te leggen. De verwachting was dan ook dat deze plichten een bijdrage zouden leveren aan berechting binnen een redelijke termijn. In de steekproef van mijn onderzoek is de doorlooptijd in zaken waarin stellingen op de stelplicht zijn afgedaan niet of nauwelijks korter dan in zaken waarin geen stellingen op stelplicht zijn afgedaan.19 Het blijft dus de vraag of de stelplicht op dit kwaliteitscriterium daadwerkelijk een meerwaarde heeft. Laat staan of die meerwaarde opweegt tegen de negatieve effecten op de kwaliteitscriteria van de interne toegankelijkheid en de waarheidsvinding.

12-6-2024

◄▬ 2018 Van der Kraats ▬►
Powered by Website Baker