| ◄▬ | De (bij mij) zwellende Miragel plombe | ▬► |
| Operaties | Informatieachterstand |
Op 6 juli 1992 ben ik geopereerd aan een netvliesscheur in mijn rechteroog.
Uit het operatieverslag blijkt dat de netvliesscheur is gedicht met een plombe, die op de sclera is gehecht onder een siliconen cerclagebandje.
Niet vermeld is dat een Miragel plombe is toegepast.
Daarna kampte ik met instabiel dubbelzien, wat leidde tot een arbeidsongeschiktheid van 50% als advocaat-belastingkundige.
Vanaf eind 2002, begin 2003 ontstond toenemend ongemak in het rechteroog. Er verscheen een klein bultje onder het ooglid, dat uiteindelijk uigroeide tot een soort haaienvin, nogal irritant.
De operateur uit 1992 prof. Deutman was met pensioen aan het gaan en verwees naar prof. Cruysberg. Die spoot in november 2003 het traanbuisje door met water en meende dat daarmee de klachten wel verholpen zouden zijn. Hij liet het bultje ook aan een assistent zien, die hem wat wilde vragen en zei: "kijk, dit is nog van de operatie".
De klachten gingen niet over, integendeel. Het bultje werd steeds groter. en hinderlijker.
In maart 2005 verwees de spoedarts dr. Vos mij naar prof. Keunen - die prof. Deutman was opgevolgd als hoofd van de afdeling oogheelkunde - voor operatieve verwijdering van de toen zo genoemde 'hoofdhechting' (die later de Miragel plombe bleek te zijn). Prof. Keunen wilde echter niet opereren maar voerde een afwachtend ('expectatief') beleid. 'Pappen en nathouden' zoals hij dat zelf noemde.
In juli 2006 brak het bultje - de Miragel plombe - door de conjunctiva, waarop professor alsnog liet opereren (dat deed hij niet zelf).
Op 22 augustus 2006 bleek die plombe nog slechts gedeeltelijk te kunnen worden verwijderd. De operateur dr. Hoyng vertelde tijdens en na de operatie dat het netvlies ter plaatse zeer dun was geworden, aderen waren zichtbaar en algehele verwijdering van de plombe zou mogelijk een gat in het oog hebben veroorzaakt. Het materiaal was ook broos geworden.
Twee dagen later bij controle vond prof. Keunen het oog er prima uitzien. Een vervolgcontrole was niet meer nodig. De rest van de plombe zou tezijnertijd ook wel naar buiten kunnen komen en dan makkelijk verwijderd kunnen worden, vergelijk een wandelende nier.
Dit optimisme bleek niet terecht.
Op 18 september 2006 zond ik een fax aan prof. Keunen met beschrijving van in het oog waargenomen verschijnselen, die mij ongerust maakten over een mogelijk nieuw netvliesdefect. Daar werd niet op gerageerd zodat ik ben gaan bellen en alsnog dinsdag 19 september 2006 op controle kon komen. Toen moest prof. Keunen een recidief netvliesdefect constateren.
Op 20 september 2006 was een vitrectomie operatie nodig, waarbij het glasvocht werd vervangen door olie. Een stukje van de plombe bleek het oog te zijn ingekomen, vlak naast het oorspronkelijk defect uit 1992 (bron: de operateur dr. Tilanus en diens handgeschreven operatieverslag). De olie werd in mei 2007 weer operatief verwijderd.
NB. Enkele dagen na de operatie trof ik nog de e-mail aan van mijn secretaresse waarin zij schreef: "Ziekenhuis heeft gebeld. Prof. Keunen denkt dat het niet dringend is en heeft een afspraak voor je staan op 10 oktober a.s. te 12.30 uur. Als jij een andere mening bent toegedaan dan moetje bellen en krijg je een afspraak met een andere arts omdat Keunen niet eerder tijd heeft (bezoek buitenland)."
Als ik niet zelf die maandagmiddag contact had opgenomen met de seretaresse van prof. Keunen omdat ik op mijn fax geen antwoord kreeg, en niet op mijn aandringen op dinsdag 19 september om 10.30 uur op controle had kunnen komen, was ik mijn oog hoogstwaarschijnlijk kwijtgeraakt, omdat het aan het leeglopen was, aldus later dr. Tilanus.
Het zicht in het oog was na de operatie van 20 september overigens nog maar 20% en is geleidelijk nihil geworden, een 'blind eye' dus.
Vanaf 22 augustus 2006 was ik 80-100% arbeidsongeschikt geworden als advocaat-belastingkundige.
Mijn informatieachterstand ten opzichte van het Radboudumc heeft van meet af een groot probleem gevormd. Na de operatie van 19 september 2006 zat ik met de vraag wat er nu precies aan de hand was geweest. Hoe kon een plombe niet alleen het oog uit komen maar ook het oog in?
In augustus 2006 vernam ik van een bevriend oogarts de naam van de fabrikant van de plombe: MIRA Inc. in Massachusetts USA. Als mij dat niet was verteld en internet had niet bestaan had ik van niets geweten.
Googelen leverde als eerste resultaat op het artikel van Marin ea van januari 1992.
Ik had in juni 2006 mijn medisch dossier opgevraagd en daarin stond niets over toepassing van een Miragel plombe. Toen ik op 24 augustus 2006 aan prof. Keunen vroeg of wellicht bij mij een Miragel plombe was geplaatst, kreeg ik wel een bevestigend antwoord. Hij had dat nooit eerder verteld.
Overigens bleek acht jaar later in 2014 uit de bij de Memorie van antwoord als productie 2 overgelegde schriftelijke verklaring van prof. Keunen dat hij niet had geweten dat bij mij een Miragel plombe was toegepast, omdat die toepassing niet in het medisch dossier stond vermeld en hij de plombe ook niet had kunnen visualiseren!
Verder zoeken op internet leidde tot een toenemende reeks van artikelen, die in de procedure als bewijsstukken zijn overgelegd.
Zie het hoofdstuk Miragel artikelen.
12-6-2024
| ◄▬ | De (bij mij) zwellende Miragel plombe | ▬► |