| ◄▬ | Afdoen op stelplicht - 2012 Asser | ▬► |
| Afdoen op stelplicht | 2006 Huydecoper | 2012 Asser |
| 2016 De Bock | 2018 Van der Kraats | 2021 De Haan |
| 2021 De Bock | Hof Den Bosch (1) | Hof Den Bosch (2) |
| Varianten | Hof Arnhem-Leeuwarden | Hof Den Bosch |
| De nieuwe grief | De draaipoort zaak |
2012 Asser, ‘Stelplicht, een kraaienpoot op de weg van de waarheidsvinding’, TCR 2012, nr.4
Asser vergelijkt het afdoen op stelplicht met het strooien van kraaienpootjes:
“‘Zelfs indien u gelijk hebt, meneer, krijgt u het niet van mij’, zegt de rechter, die dan zijn juridische kraaienpootjes strooit op de weg naar de waarheid en het verlangde recht. Tot de meest gestrooide juridische kraaienpootjes behoort al een tijdje de dooddoener dat een partij niet heeft voldaan aan haar stelplicht. Bewijs, met name aangeboden getuigenbewijs, mag dan niet meer worden geleverd.”
"Bewijslevering is geen gunst maar een recht."
(…)
‘Zelfs indien u gelijk hebt, meneer, krijgt u het niet van mij’, zegt de rechter, die dan zijn juridische kraaienpootjes strooit op de weg naar de waarheid en het verlangde recht. Tot de meest gestrooide juridische kraaienpootjes behoort al een tijdje de dooddoener dat een partij niet heeft voldaan aan haar stelplicht. Bewijs, met name aangeboden getuigenbewijs, mag dan niet meer worden geleverd. Margreet Ahsmann heeft daarop herhaaldelijk gewezen, zoals in haar bijdrage ‘Bewijs: verschuiving van “bewijzen” naar “stellen”?’ op de najaarsvergadering 2009 van de NVvP.1 Stellen is een formeel, door het materiële recht bepaald begrip: als een partij zich beroept op rechtsgevolgen om haar recht te krijgen, moet zij de feiten waaruit die rechtsgevolgen voortvloeien, stellen. Wat de omvang van die stelplicht is, wordt in de eerste plaats bepaald door de rechtsregel die de ingeroepen rechtsgevolgen aan de daarvoor vereiste feiten verbindt, maar daarnaast ook door het debat dat partijen voeren. Het verweer van de wederpartij kan er immers toe leiden dat er meer aan feiten moet worden gesteld. Een partij met stelplicht moet die dus zo goed mogelijk invullen. Echter, de omvang van de stelplicht wordt uiteindelijk door de rechter bepaald, omdat de rechter beslist over de uitleg van die rechtsregel en over wat daaruit, mede gelet op het debat, voortvloeit voor de stelplicht. Een oordeel over de stelplicht raakt dus, evenals een oordeel over het bewijsrisico, de kern van de zaak.Een partij afrekenen op het niet hebben voldaan aan haar stelplicht heeft dus niets met waarheidsvinding te maken, maar met rechtstoepassing. De waarheidsvinding wordt niet gefaciliteerd, maar op grond van een juridisch oordeel geblokkeerd. Ook die rechtstoepassing moet echter berusten op serieuze waarheidsvinding door de rechter. Het blokkeren van de waarheidsvinding mag dan ook niet prematuur gebeuren. Informatie die van belang kan zijn voor de beslissing en in het kader van bewijslevering naar voren zou kunnen komen, mag niet bij voorbaat worden uitgesloten. Een behoorlijke rechtspleging brengt mee dat dit slechts in uitzonderlijke gevallen zou mogen gebeuren. Als de rechter bijvoorbeeld echt geen touw kan vastknopen aan wat een partij stelt. Als het verband tussen de gestelde feiten en de ingeroepen rechtsgevolgen met geen mogelijkheid kan worden gelegd. Bewijslevering kan informatie opleveren waardoor de gestelde feiten in een nieuw daglicht komen te staan, of waardoor de stellingen een nadere toelichting krijgen, zoals punt 11 van de Handleiding regie na de conclusie van antwoord het uitdrukt in verband met het opvragen van schriftelijke verklaringen van eventuele getuigen. Zo kan uiteindelijk komen vast te staan dat wat de partij in kwestie heeft gesteld niet relevant is of onvoldoende voor erkenning van het door haar ingeroepen rechtsgevolg.
Bewijslevering is geen gunst maar een recht. Ook bewijslevering door getuigen. De tijd van rechterlijke gunsten is al lang voorbij. De actieve moderne rechter heeft niet alleen recht op voorlichting, maar ook de verplichting daarvoor de gelegenheid te bieden. En het procesrecht moet hem daarbij helpen door goede alternatieven te bieden voor al te tijdrovende bewijslevering. Recht doen is nu eenmaal niet heersen maar dienen.
12-6-2024
| ◄▬ | 2012 Asser | ▬► |